4.1 KiB
id, title, author, layout, guid
| id | title | author | layout | guid |
|---|---|---|---|---|
| 1928 | Whisky tasting | Rik | post | /?post_type=ai1ec_event&p=1928&instance_id= |
Deze whisky tasting werd gepresenteerd door de overkopelende “Inver House Distillers”. Op het programma stonden diverse whiskies van anCnoc:
Als onderdeel van de achtergrondinformatie kregen we te horen dat de distilleerderij vroeger Knockdhu heette, maar beide namen verwijzen naar de berg waarop deze staat. Schotland is opgedeeld in diverse karakteristieke whisky regio’s en deze distilleerderij behoort officiëel tot de highland regio. In de praktijk ligt deze echter praktisch in de Speyside regio en de unieke eigenschappen van deze regio kwamen tijdens de tasting duidelijk naar voren.
De eerst geproefde whisky is de zogenaamde “entry level” whisky. In tegenstelling tot de meer standaard 46% alcohol, bevat dit exemplaar slechts 40%. Hoewel het een klein verschil lijkt, heeft het toch belangrijke consequenties. De whisky is bovenal zeer drinkbaar en erg geschikt als eerste kennismaking tot whisky. Daarnaast is de oplosbaarheid van bepaalde smaak bepalende componenten lager. Om toch een helder product te hebben, is deze whisky dan ook koud gefilterd.
De extra complexiteit die hierdoor verloren gaat, is wel aanwezig in de geavanceerde broer: de 2000 editie. Het is bijzonder dat deze whisky een blend is van drank die in eiken en sherry vaten is gerijpt. Normaal gesproken wordt de whisky in een van beide vaten gerijpt, of eerst in eik (bijvoorbeeld 10 jaar) met een finish in een sherry vat (bijvoorbeeld 2 jaar). Het resultaat mag absoluut een interessante verrassing genoemd worden.
De tasting werd vervolgd met drie rokerige whiskies. Dit is een relatief nieuw avontuur voor anCnoc ten opzichte van de meer traditionele Speyside-style whiskies en ons werd verteld dat de gebruikte whisky zo’n 8 jaar oud is. Interessant genoeg zijn de verschillende edities hernoemd naar de gereedschappen die tradioneel werden gebruikt bij het verwerken van veen, zie daarvoor de links in het bovenstaande overzicht. Opnieuw werden we getrakteerd op gedetailleerde informatie over de onderlinge verschillen en het productieproces. In deze distilleerderij word een zogenaamde worm condenser gebruikt. De liefhebber mag zelf opzoeken hoe dit precies werkt, maar het volstaat te zeggen dat de resulterende langzame condensatie een unieke invloed heeft op de resulterende drank. Door talloze kleine verschillen tussen distilleerderijen is de drank geproduceerd van exact dezelfde mout dan ook steeds verschillend. Ga na dat er daarna nog vele jaren rijpen wordt toegepast en de rijk verscheidenheid aan resulterende product lijkt haast overweldigend.
De rooksmaak in whisky is afkomstig van de rook die vrijkomt bij het verbranden van veen tijdens het mouten van het graan. De rokerigheid wordt uitgedrukt in hoeveelheid fenol (in ppm). Afhankelijk van het hele process blijft er in het glas dan ongeveer een derde van over. De drie whiskies van deze avond hebben een oplopend fenol gehalte (11, 15 en 20 ppm respectievelijk), dat lijkt weinig vergeleken met de 40 ppm fenol in Laphroigh, maar het vertoont verrassend genoeg geen directe correlatie met de waargenomen rokerigheid in geur, smaak en mondgevoel (rook die aan het gehemelte blijft kleven). De presentator wist ons zeer beeldend de verschillen duidelijk te maken. Daarbij werden termen als vriendelijke rook, kampvuurgeur en dreigende harde rook niet gemeden. Een dergelijke uitleg tijdens het proeven brengt het geheel echt tot leven.
Deze avond was opnieuw een zeer aangename kennismaking met goede whisky van een van de vele distilleerderijen die Schotland rijk is. Behalve een dubbel glas van de Cutter heb ik dit maal geen fles als trofee mee naar huis mogen nemen.